Liftenland.nl

weten en doen

Verantwoordelijkheid gebouweigenaren bij een liftopsluiting 


Burgerlijk Wetboek

De eigenaar of beheerder van een gebouw is vanuit het Burgerlijk Wetboek verplicht bij de vervulling van zijn taken als eigenaar de nodige zorg aan de dag te leggen. Dit wordt vaak aangeduid als goed huisvaderschap.
Liften zijn onderdeel van een gebouw en zowel bij oude als nieuwe liften kunnen storingen optreden.
Bij liftstoringen raken regelmatig passagiers opgesloten in de lift. Een eigenaar zal als goed huisvader de opsluitingen snel en veilig willen beëindigen.  
Hij kan bij een opsluiting de onderhoudsdienst vragen een monteur te sturen om de opgesloten liftpassagiers te bevrijden. Vaak kunnen opgesloten passagiers zelf vanuit de liftcabine de onderhoudsdienst waarschuwen.
De opgesloten passagiers zullen dan moeten wachten tot een monteur is gearriveerd. Maar dat wachten duurt eigenlijk altijd te lang voor de betrokkenen.
Dit leidt regelmatig tot onveilige situaties doordat passagiers zichzelf proberen te bevrijden. 
Wachten in een stilstaande lift is erg vervelend en kan voor ouderen of bijv in ziekenhuizen ook leiden tot gezondheidsrisico’s.
Een eigenaar zal als goed huisvader onnodig wachten voor opgesloten liftpassagiers willen vermijden. Dat kan heel goed door mensen die in het gebouw wonen of werken te trainen om bij een opsluiting veilig in te grijpen. Hij maakt daarmee aantoonbaar dat hij zijn aan zijn verplichting vanuit het Burgerlijk Wetboek voldoet.
 


Arbowet

De gebouweigenaar is verantwoordelijk dat er op of aan het gebouw op een veilige wijze gewerkt  kan worden. Personen die opgesloten liftpassagiers bevrijden kunnen alleen veilig hun taak uitvoeren als zij de risico’s kennen en goed zijn geïnstrueerd.  Deelnemers van de training ‘Veilig bevrijden opgesloten liftpassagiers’ ontvangen na het goed afleggen van de toets een certificaat waarmee is aangetoond dat zij in staat zijn veilig in te grijpen bij een liftopsluiting.
Ook bij het laten uitvoeren van werkzaamheden in een liftschacht door bijvoorbeeld schoonmakers of schilders doet de gebouweigenaar er goed aan om van de opdrachtnemer te eisen dat zijn werknemers aantoonbaar zijn getraind om veilig hun werk te doen. De werknemer die een ongeval overkomt kan in een civielrechtelijke procedure ook de gebouweigenaar aansprakelijk stellen.


Conclusie

De gebouweigenaar is vanuit zijn zorgplicht uit het Burgerlijk Wetboek en/of als werkgever vanuit de Arbowet  verantwoordelijk voor een veilige en snelle reactie bij liftopsluitingen. Een goede training voor de hulpverleners op de eigen locatie geeft hier de juiste invulling aan.